WEEK 3 – ik wil er voor JOU zijn

 

DAG 16 – zaterdag 6 maart 2021

 

Op zaterdag is er geen gesproken versie van het bezinningsmoment. U hebt gelegenheid om zelf de hele Bijbeltekst van de afgelopen week nog eens te lezen en erop te reflecteren aan de hand van het thema van deze week: ik wil er voor JOU zijn. Na de schriftlezing vindt u nog een bijpassend gedicht.

Voor gezinnen met kinderen is er vandaag een apart ‘gezinsmoment’ beschikbaar.

 

Schriftlezing: Marcus 14: 1-9

De volgende dag zou het feest van Pesach en het Ongedesemde brood beginnen. De hogepriesters en schriftgeleerden zochten naar een mogelijkheid om hem door middel van een list gevangen te nemen en te doden. Ze zeiden bij zichzelf: Tijdens het feest kan dat niet, want dan komt het volk in opstand.

Toen hij in Betanië in het huis van Simon – degene die aan huidvraat had geleden – aanwezig was bij een feestmaal, kwam er een vrouw binnen. Ze had een albasten flesje bij zich dat gevuld was met zeer kostbare, zuivere nardusolie. Ze brak het flesje en goot de olie uit over zijn hoofd. Sommige aanwezigen zeiden geërgerd tegen elkaar: ‘Waar is deze verkwisting goed voor? Die olie had immers voor meer dan driehonderd denarie verkocht kunnen worden, en dat geld hadden we aan de armen kunnen geven.’ Ze voeren tegen haar uit. Maar Jezus zei: ‘Laat haar met rust, waarom vallen jullie haar lastig? Ze heeft iets goeds voor mij gedaan. Want de armen zijn altijd bij jullie, en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn. Wat ze kon, heeft ze gedaan: ze heeft mijn lichaam nu al met olie gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis. Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’

 

 

Gedicht:  Zuiver liefde

 

Zij heeft geweten wie zij was:

een vaas doorschijnend als albast,

verlangen wellend tot de rand,

een mirremaat, een liefdepand.

 

Zij heeft geweten wat zij kocht

voor hem die zij vertwijfeld zocht,

zij beeldde in haar gave uit

hoe zuiver liefde zich ontsluit.

 

Zij heeft geweten wie hij was,

de meester Gods, de avondgast,

de mens die aan de maaltijd spreekt

over de liefde die ontbreekt.

 

Zij wisten beiden, man en vrouw,

hoe diep de schuld en het berouw

en hoe vergeving ons bevrijdt

als bronnen in de regentijd.

 

Maria de Groot