WEEK 4 – laat je Mij er voor jou zijn?

 

DAG 19 – woensdag 10 maart 2021

 

 

Licht in het donker

Steek een kaars aan als teken van Gods aanwezigheid

 

Muziek

Nacht – Trijntje Oosterhuis

 

Nacht omkerkert mij, hoge blinde muur,

naar jou wil mijn ziel.

Als een vluchteling zwerf ik in mijzelf

en geen verte blinkt.

Leeg leg ik mij neer, stenen in een kuil,

maar geen engel komt

en ik roep de dood, vlammen uit mijn mond,

en ik denk ons weg.

Vallend uit de tijd, buiten jouw bereik,

tot waar niets – ook daar

haalt jouw stem mij in:

‘Licht van licht!’ roep jij.

Spranken nieuw begin.

Spranken nieuw begin.

 

(Van het album: Mensen veel geluk: liedjes van haar vader Huub Oosterhuis; tekst: Huub Oosterhuis; muziek: Tjeerd Oosterhuis)

 

 

Klik HIER om de gesproken versie van dit bezinningsmoment te starten.

 

Openingswoorden

Gezegend zijt Gij, God,

koning der wereld,

die de morgen ontbood

en het licht hebt geroepen,

zegen ook mij

met uw licht!

 

Schriftlezing: 1 Koningen 19: 5-6

Hij viel onder de bremstruik in slaap, maar er kwam een engel, die hem aanraakte en zei: ‘Word wakker en eet wat.’ Elia keek op en ontdekte naast zijn hoofd een brood, in gloeiende kooltjes gebakken, en een kruik water. Nadat hij had gegeten en gedronken ging hij weer onder de struik liggen.

 

Stilte

Wees stil in Gods aanwezigheid om de tekst tot je te laten spreken.

 

Wie behoefte heeft aan een langere stilte, kan de ingesproken versie even pauzeren.

 

Gedachten bij de schriftlezing

“Er kwam een engel, die hem aanraakte.” Het staat er alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Zo gaat dat vaker in bijbelverhalen. Meestal wordt het wel voorgesteld als een zeer indrukwekkend gebeuren, waar mensen in eerste instantie hevig van schrikken – meer dan het geval is in ons verhaal over de half slapende Elia – maar de mogelijkheid dat zo’n hemelse boodschapper zich op enig moment aandient, lijkt voor de meeste mensen geen vreemde gedachte te zijn.

Dat roept bij mij de vraag op hoe ik daar zelf tegenaan kijk. Nog los van de discussie over hoe een engel er dan uit zou moeten zien, vraag ik me af in hoeverre ik echt rekening houd met de mogelijkheid dat God mijn leven aanraakt. En in hoeverre ik die aanraking zie voor wat het is. Want we hebben nogal snel de neiging om bijzondere dingen ‘weg te verklaren’, zodat ze toch niet zo heel bijzonder meer zijn. Of misschien gebeurt het wel eens dat God me voorzichtig een duwtje in een bepaalde richting geeft, maar dat ik dat niet wil voelen, omdat het me niet uitkomt, of omdat ik die weg te eng vind.

Het is vandaag Biddag voor Gewas en Arbeid, een dag waarop we om Gods zegen vragen over het werk van onze handen. Een dag waarop we weer tot ons door laten dringen dat er zonder Gods licht en liefde geen leven is, niet voor onze gewassen en niet voor ons mensen. Ik hoop dat het een dag wordt waarop we ons weer wat meer open leren stellen voor hoe God ons leven aanraakt.

 

Gebed

Gij, die voedsel geeft aan alles wat leeft,

doe ons gelijken

op Jezus, uw Zoon,

die, als zaad gestorven in de aarde,

ons tot levensbrood is geworden.

Laat zijn goede Geest ons hart openen

voor de mensen om ons heen,

opdat wij elkanders honger naar geluk

kunnen stillen,

in deze veertig dagen en heel ons leven.

Amen.

                              (gebed uit het Dienstboek)

 

Om te doen

Bid vandaag eens het Onze Vader en laat de woorden (opnieuw) tot je doordringen.

 

Woorden om de dag mee in te gaan

Zie ons, uw mensen,

bewaar ons in uw handen,

breng ons naar uw vrede.

 

(naar: Michaël Steehouder)