WEEK 4 – laat je Mij er voor jou zijn?

 

DAG 21 – vrijdag 12 maart 2021

 

 

Licht in het donker

Steek een kaars aan als teken van Gods aanwezigheid

 

Muziek

Een mens te zijn op aarde,

is eens voorgoed geboren zijn,

is levenslang geboortepijn.

Een mens te zijn op aarde

is leven van de wind.

 

Hoe zullen wij volbrengen

wat door de eeuwen duren moet;

een mens te zijn die sterven moet?

Wij branden van verlangen

tot alles is voltooid.

 

(lied 807, tekst: Huub Oosterhuis, zang: Leoni Jansen, muziek: Onno Krijn)

 

 

Klik HIER om de gesproken versie van dit bezinningsmoment te starten.

 

Openingswoorden

Gezegend zijt Gij, God,

koning der wereld,

die de morgen ontbood

en het licht hebt geroepen,

zegen ook mij

met uw licht!

 

Schriftlezing: 1 Koningen 19: 8-9a

Elia stond op, en toen hij had gegeten en gedronken liep hij, gesterkt door dit voedsel, veertig dagen en veertig nachten door de woestijn, tot hij bij de Horeb kwam, de berg van God. Daar ging hij een grot binnen om er de nacht door te brengen.

 

Stilte

Wees stil in Gods aanwezigheid om de tekst tot je te laten spreken.

 

Wie behoefte heeft aan een langere stilte, kan de ingesproken versie even pauzeren.

 

Gedachten bij de schriftlezing

Ik merk dat ik het lastig vind om de sfeer van dit stukje tekst te proeven. Ik probeer me voor te stellen hoe Elia zich zou kunnen voelen op dit moment. Misschien had ik verwacht dat we hier een herboren Elia zouden zien, vol nieuwe moed: iemand die er weer tegenaan kan. De ervaring dat hij door een engel werd aangeraakt en gevoed, zal hem niet onberoerd hebben gelaten. Er staat ook dat hij gesterkt was door het voedsel, maar tegelijkertijd horen we hoe hij alleen maar verder de woestijn in trekt. Veertig dagen en veertig nachten lang. In de Bijbel is dat meestal een tijd van beproeving. Hoewel Elia steeds dichter bij de Horeb komt, de berg van God, de plaats van Gods aanwezigheid, lijkt de weg daarheen bijzonder moeizaam en eenzaam te zijn.

Gesterkt door hemels voedsel – dwars door de woestijn – op weg naar de plaats van Gods aanwezigheid. Zo lijkt dit kleine stukje tekst een afwisseling te zijn van toppen en dalen, van hoop en toch ook steeds weer de moeite om die hoop vast te houden. Elia gaat hier de weg van een mensenleven. Want zelfs als het ons gegeven is om soms Gods aanwezigheid heel intens te ervaren, dan betekent dat niet dat ons voortaan nieuwe woestijnervaringen bespaard zullen blijven.

Ik merk dat ik God vaak vooral verbind met het licht: daar waar het licht en goed is, dáár is God, en daar waar God is, dáár is te leven. Maar daarmee kan God ook onbereikbaar worden. Wanneer je je in de woestijn bevindt, in onherbergzaam gebied, waar droogte het leven bedreigt, dan kan God een onbereikbaar verlangen worden. Misschien is het wel onze grootste uitdaging in het leven om juist in die woestijn sporen van God te ontdekken. Want: Gods goedheid is te groot / voor het geluk alleen, / zij gaat in alle nood / door heel het leven heen’ (lied 650:2).

 

Gebed

Gij, toevlucht en behoud voor mensen,

wij zouden op aarde

zwervers en vreemdelingen zijn,

als Gij ons niet

tegemoet gekomen was

in de Leidsman ten leven,

Jezus Messias.

Moge Hij ons leren wat leven is

en leiden naar uw land,

in deze veertig dagen en heel ons leven.

Amen.

                              (gebed uit het Dienstboek)

 

Om te doen

Schrijf eens op wat voor jou lichtpuntjes zijn in deze tijd.

 

Woorden om de dag mee in te gaan

Gods groot erbarmen, Christus’ omarmen,

Geest van de liefde, op jou gericht.

Moge genade je helen en warmen

brengen door donkerte naar het licht.

 

(John L. Bell, vertaling: Gert Lubberts)