WEEK 4 – laat je Mij er voor jou zijn?

 

DAG 22 – zaterdag 13 maart 2021

 

Op zaterdag is er geen gesproken versie van het bezinningsmoment. U hebt gelegenheid om zelf de hele Bijbeltekst van de afgelopen week nog eens te lezen en erop te reflecteren aan de hand van het thema van deze week: laat je Mij er voor jou zijn? Na de schriftlezing vindt u nog twee bijpassende gedichten.

Voor gezinnen met kinderen is er vandaag een apart ‘gezinsmoment’ beschikbaar.

 

Schriftlezing: 1 Koningen 19: 1-9a

Achab vertelde Izebel alles wat Elia had gedaan, ook dat hij alle profeten ter dood had gebracht. Toen liet Izebel Elia de volgende boodschap overbrengen: ‘De goden mogen met mij doen wat ze willen als u morgen om deze tijd niet hetzelfde lot ondergaat als zij.’ Elia werd bang en vluchtte om zijn leven te redden. Bij Berseba in Juda aangekomen liet hij zijn knecht achter en zelf trok hij één dagreis ver de woestijn in. Daar ging hij onder een bremstruik zitten, verlangend naar de dood, en zei: ‘Het is genoeg geweest, HEER. Neem mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn voorouders.’ Hij viel onder de bremstruik in slaap, maar er kwam een engel, die hem aanraakte en zei: ‘Word wakker en eet wat.’ Elia keek op en ontdekte naast zijn hoofd een brood, in gloeiende kooltjes gebakken, en een kruik water. Nadat hij had gegeten en gedronken ging hij weer onder de struik liggen. Maar de engel van de HEER kwam terug, raakte hem opnieuw aan en zei: ‘Sta op en eet wat, anders is de reis te zwaar voor je.’ Elia stond op, en toen hij had gegeten en gedronken liep hij, gesterkt door dit voedsel, veertig dagen en veertig nachten door de woestijn, tot hij bij de Horeb kwam, de berg van God. Daar ging hij een grot binnen om er de nacht door te brengen.

 

 

Gedichten

 


als de engel

 

als de engel

slaapt in jou,

mag ik hem

dan wekken?

 

als de engel

slaapt in mij,

wil jij hem

dan wekken?

 

Rickie Rieter

 

 

 

 

 

 

 

 

elia

 

Gij gaat voorbij. Een grote ademtocht,

alles wat vastomlijnd leek staat te beven –

in de emotie heb ik U gezocht,

Gij waart er niet. Niets dan mijn eigen leven.

 

En de ontreddering ging voor U uit,

het vuur als uw heraut vooruitgezonden –

ik bleef alleen in mijn eenzelvigheid,

tot niemand onzer komt Gij onomwonden.

 

En dan, als niets meer spreekt, alles blijft stom,

achter een sluier soms, uit een stil midden

is er een stem. Gij spreekt, maar andersom:

als ik niets hoor, als ik niets weet te bidden.

 

Willem Barnard