WEEK 5 – ik wil dat JIJ er voor mij bent

 

DAG 23 – maandag 15 maart 2021

We staan aan het begin van week 5 en zijn inmiddels over de helft van de Veertigdagentijd. Deze week weer een verhaal uit het Nieuwe Testament, dit keer over twee mensen die zelf actief op zoek gaan naar Jezus’ nabijheid, twee mensen met het verlangen dat God er voor hen zal zijn.

 

Licht in het donker

Steek een kaars aan als teken van Gods aanwezigheid

 

Muziek

Kyrie eleison

Christe eleison

Kyrie eleison

 

Heer, ontferm U

Christus, ontferm U

Heer, ontferm U

 

(John L. Bell / Wild Goose Worship Group)

 

 

Klik HIER om de gesproken versie van dit bezinningsmoment te starten.

 

Openingswoorden

Gezegend zijt Gij, God,

koning der wereld,

die de morgen ontbood

en het licht hebt geroepen,

zegen ook mij

met uw licht!

 

Schriftlezing: Lucas 8: 40-42a

Toen Jezus terugkeerde, werd hij door de menigte opgewacht; iedereen stond naar hem uit te kijken. Er was ook een man onder hen die Jaïrus heette, een leider van een synagoge. Hij kwam op Jezus af, viel aan zijn voeten neer en smeekte hem mee te gaan naar zijn huis, want hij had een dochter van ongeveer twaalf jaar oud, die op sterven lag; ze was zijn enige kind.

 

Stilte

Wees stil in Gods aanwezigheid om de tekst tot je te laten spreken.

 

Wie behoefte heeft aan een langere stilte, kan de ingesproken versie even pauzeren.

 

Gedachten bij de schriftlezing

Dit bijbelgedeelte roept bij mij eigenlijk maar één woord op: wanhoop. Wat moet de wanhoop groot zijn wanneer je kind zo ernstig ziek is, dat je niet meer verder kunt of durft te kijken dan deze dag. Wat moet de machteloosheid dan groot zijn. Zo groot dat je je aan iedere strohalm vastklampt. Jezus lijkt ook zo’n strohalm te zijn, wellicht de enige strohalm die er nu voor Jaïrus nog is.

Met welke verwachting zou hij naar Jezus zijn toegegaan, vraag ik me dan af. Maar misschien is er op zo’n moment helemaal geen uitgesproken verwachting meer. Je doet iets – wat dan ook – om je maar niet neer te hoeven leggen bij de hopeloosheid van de situatie. Jaïrus valt aan de voeten van Jezus neer en smeekt hem mee te gaan naar zijn huis. Geen expliciete vraag om genezing van zijn dochter, geen expliciete vraag om redding, alleen deze uiting van wanhoop en de smeekbede om Jezus’ nabijheid. Als Jezus maar meegaat naar zijn huis, als zijn dochter maar in Jezus’ nabijheid kan zijn – dat is het enige verlangen waar Jaïrus nu woorden aan kan geven.

Het doet me denken aan wat wij doen als we ons kyriegebed bidden, om de nood van deze wereld of de nood in ons eigen leven. Soms is die nood zo groot, dat bidden om kant-en-klare oplossingen niet passend voelt. Maar wat dan wel kan, is bidden om Gods ontferming, bidden dat God de mens in nood ziet en om hem of haar bewogen is. Zoals Jaïrus er hier naar verlangt dat Jezus zijn dochter ziet en om haar bewogen is. Het lijkt niet veel, maar ik vind het ongelooflijk troostrijk.

 

Gebed

Gij, die U onttrekt aan onze ogen,

luister naar ons roepen

en houd ons in leven,

zoals Gij gedaan hebt

aan uw knecht Jezus.

Laat ons door lijden heen

het ware leven binnengaan

omwille van Hem

die uw wil heeft volbracht

en onze gids ten leven is,

in deze veertig dagen en heel ons leven.

Amen.

                              (gebed uit het Dienstboek)

 

Om te doen

Luister nog eens naar het ‘Kyrie’ waarmee dit bezinningsmoment vandaag begon en denk ondertussen aan situaties in de wereld of in je eigen leven waarover je Gods ontferming zou willen vragen.

 

Woorden om de dag mee in te gaan

Vonkje van hoop diep in mij,

lieve God, wakker het aan

tot een vlam van vertrouwen.

Wakker aan, wakker aan,

dat wij gaan in vurige liefde.

Vonken die overslaan.

                                                           (lied 427)