WEEK 5 – ik wil dat JIJ er voor mij bent

 

DAG 27 – vrijdag 19 maart 2021

 

 

Licht in het donker

Steek een kaars aan als teken van Gods aanwezigheid

 

Muziek

Omdat het in onze lezing van vandaag al een beetje Pasen wordt, klinkt er vandaag een lied waarin (de verwachting van) een paaservaring bezongen wordt.

 

Dan zal ik leven

 

Het zal in alle vroegte zijn, als toen.

De steen is weggerold.

Ik ben uit de grond opgestaan.

Mijn ogen kunnen het licht verdragen.

Ik loop en struikel niet.

Ik spreek en versta mijzelf.

Mensen komen mij tegemoet –

wij zijn in bekenden veranderd.

 

(Huub Oosterhuis/Antoine Oomen, gezongen door Trijntje Oosterhuis)

 

 

Klik HIER om de gesproken versie van dit bezinningsmoment te starten.

 

Openingswoorden

Gezegend zijt Gij, God,

koning der wereld,

die de morgen ontbood

en het licht hebt geroepen,

zegen ook mij

met uw licht!

 

Schriftlezing: Lucas 8: 52b-56

Hij zei: ‘Houd op met klagen, want ze is niet gestorven maar slaapt.’ Ze lachten hem uit, omdat ze wisten dat ze gestorven was. Hij nam haar hand vast en zei met luide stem: ‘Meisje, sta op!’ Haar levensadem keerde terug en ze stond meteen op. Hij gaf opdracht haar iets te eten te geven. Haar ouders waren verbijsterd; hij gebood hun tegen niemand te zeggen wat er was gebeurd.

 

Stilte

Wees stil in Gods aanwezigheid om de tekst tot je te laten spreken.

 

Wie behoefte heeft aan een langere stilte, kan de ingesproken versie even pauzeren.

 

Gedachten bij de schriftlezing

Het kost me moeite om mijn gedachten bij deze tekst onder woorden te brengen. Dit gebeuren raakt aan het wonder van Pasen en dat wonder is niet zomaar in woorden uit te drukken. Woorden kunnen cirkelen rond dat geheim, maar ze raken de kern nooit helemaal.

Zo is het ook lastig om woorden te geven aan wat er hier gebeurt met het dochtertje van Jaïrus. Ik kan alleen maar benoemen wat ik opmerk in de tekst en waar mijn aandacht bij blijft hangen.

Als ik dit stukje van het verhaal lees, dan zie ik twee dingen met elkaar botsen: dat wat de mensen weten en dat wat Jezus ziet. De mensen weten dat het meisje gestorven is – dat staat er heel nadrukkelijk. Zij weten van levensadem die het lichaam verlaten heeft. Jezus ziet een meisje dat slaapt, dat weer wakker kan worden en dat toekomst heeft; Hij ziet leven voor haar.

Waar de één weet dat de dood is ingetreden – de dood als einde, als het punt waarop alles wat bij ons leven hoort, ophoudt – daar ziet de ander leven: nieuw begin, nieuwe mogelijkheden. Weten en zien staan hier tegenover elkaar.

In onze wereld is weten een ideaal. Kennis is macht. Maar hier lijkt het wel alsof dat weten juist een belemmering vormt om te zien wat Jezus ziet. Dat wat wij denken te weten, belemmert ons om verder te zien dan ons begrip van de dood. Het belemmert ons ook om een diepere betekenis op het spoor te komen van wat leven is. Misschien moeten wij eens vaker een houding van niet-weten aannemen. Zou het kunnen dat die houding ons een beetje dichter bij het geheim van Pasen kan brengen?

 

Gebed

God van alle leven,

wij danken U

voor de genezende hand

die Gij ons toegestoken hebt

in Jezus, onze broeder.

Laat zijn Geest ons bezielen

om elkaar op te richten

en als zusters en broeders

te doen leven,

vandaag en tot het einde van onze dagen.

Amen.

                              (gebed uit het Dienstboek)

 

Om te doen

Aandachtig leven kan helpen om scherper te gaan zien. Oefen je vandaag eens in aandachtig leven, door een kop koffie of thee te drinken zonder dat je ondertussen iets anders doet.

 

Woorden om de dag mee in te gaan

Goed is de hand

die mij leidt

uit het donker van de nacht

naar het licht van de dag.

Goed zijt Gij, God,

onzegbaar goed.

Zegen deze dag

en al mijn dagen

dat ik onderweg ben naar U.

 

(Erik van den Borne, Liedboek p. 523)