WEEK 6 – ik ben er voor jou

 

DAG 29 – maandag 22 maart 2021

Week 6 – we komen steeds dichter bij Pasen. Deze week nog eenmaal een verhaal uit het Oude Testament. Waar het de afgelopen weken steeds ging over de relatie tussen God en mens, ligt de focus nu meer op hoe wij mensen er voor elkaar kunnen zijn. Maar dat betekent niet dat het niet ook over God gaat. Want daar waar liefde is en vriendschap, daar is God.

 

 

Licht in het donker

Steek een kaars aan als teken van Gods aanwezigheid

 

Muziek

Zoekend naar licht, hier in het duister,

zoeken wij U, waarheid en kracht.

Maak ons uw volk, heilig, vol luister,

schijn in de donkere nacht.

 

(lied 1005, uitgevoerd door leden van de Dorpskerk Eelde)

 

 

Klik HIER om de gesproken versie van dit bezinningsmoment te starten.

 

Openingswoorden

Gezegend zijt Gij, God,

koning der wereld,

die de morgen ontbood

en het licht hebt geroepen,

zegen ook mij

met uw licht!

 

Schriftlezing: Ruth 1: 1-5

In de tijd dat de rechters het volk leidden, brak er een hongersnood uit in het land. Een man trok daarom met zijn vrouw en zijn twee zonen weg uit Betlehem in Juda, om een tijdlang in de vlakte van Moab te gaan wonen. De naam van de man was Elimelech, die van zijn vrouw Noömi, en zijn twee zonen heetten Machlon en Kiljon; het waren Efratieten uit Betlehem in Juda. Toen ze in Moab waren aangekomen, bleven ze daar als vreemdeling wonen. Na enige tijd stierf Elimelech, de man van Noömi, en zij bleef achter met haar twee zonen. Zij trouwden allebei met een Moabitische vrouw. De naam van de ene was Orpa, die van de andere was Ruth. Nadat ze daar ongeveer tien jaar gewoond hadden, stierven ook Machlon en Kiljon, en de vrouw bleef alleen achter, zonder haar twee zonen en zonder haar man.

 

Stilte

Wees stil in Gods aanwezigheid om de tekst tot je te laten spreken.

 

Wie behoefte heeft aan een langere stilte, kan de ingesproken versie even pauzeren.

 

Gedachten bij de schriftlezing

Waar ben je thuis? – vraag ik me af bij deze tekst. Voor mensen die zijn geëmigreerd, of die zijn weggevlucht uit hun land en daardoor elders een bestaan proberen op te bouwen, zal dat een steeds terugkerende vraag zijn: waar ben ik thuis?

Het land waar je bent geboren of opgegroeid houdt vaak toch een zekere aantrekkingskracht. Je komt er niet zomaar van los, het is verweven met je identiteit. Maar ondertussen raak je ook steeds meer verweven met de nieuwe plek, bijvoorbeeld doordat je kinderen daar een partner vinden en hun eigen leven opbouwen. Dan wordt het steeds moeilijker om nog terug te keren naar het land van herkomst. Je blijft tussen twee werelden in leven.

Van Noömi en Elimelech staat het er ook zo treffend: ze bleven als vreemdeling in Moab wonen. Het wordt nooit helemaal eigen. Je wordt altijd herkend aan je accent en aan jouw gewoonten en gebruiken. Integratie is niet zo’n eenvoudig proces. 

Mensen zeggen vaak: ik ben thuis, daar waar mijn geliefden zijn. Dan maakt het niet uit waar ik me bevind, bij hen voel ik me veilig. Maar wat als die veiligheid wegvalt? Wat als de mensen met wie jij je identiteit deelde, wegvallen en je alleen achterblijft, daar in den vreemde?

Dan moet je opnieuw op zoek naar waar je thuis bent. Misschien wordt thuis dan wel de plek waar mensen jouw geloofstaal spreken. Want hebben wij dat niet allemaal nodig:  mensen met wie we kunnen delen wat we meemaken en hoe we daar tegenaan kijken? Wat zou het mooi zijn als de kerk ook zo’n plek zou kunnen zijn.

 

Gebed

Gij, die luistert naar mensen,

verhoor onze gebeden

en maak het licht

waar duisternis is.

Laat er hoop ontwaken

voor alle mensen op aarde

door de kracht van uw Geest

die ons gaande houdt,

vandaag en tot het einde van onze dagen.

Amen.

                              (gebed uit het Dienstboek)

 

Om te doen

Denk eens na over de plekken waar je gewoond hebt en wat voor jou belangrijk was om je ergens thuis te voelen.

 

Woorden om de dag mee in te gaan

In ons hart en in ons huis

de zegen van God.

In ons komen en in ons gaan

de vrede van God.

In ons leven, op onze zoektocht,

de liefde van God.

Bij het einde, nieuw begin,

de armen van God om ons te ontvangen,

thuis te brengen.

Amen.

(Een zegen uit Iona; Liedboek p. 1317)