WEEK 6 – ik ben er voor jou

 

DAG 30 – dinsdag 23 maart 2021

 

 

Licht in het donker

Steek een kaars aan als teken van Gods aanwezigheid

 

Muziek

The Lord bless you and keep you,

the Lord make His face to shine upon you,

to shine upon you and be gracious

and be gracious unto you.

 

(John Rutter, uitgevoerd door de ‘Young Choristers of the Year 2015)

 

 

Klik HIER om de gesproken versie van dit bezinningsmoment te starten.

 

Openingswoorden

Gezegend zijt Gij, God,

koning der wereld,

die de morgen ontbood

en het licht hebt geroepen,

zegen ook mij

met uw licht!

 

Schriftlezing: Ruth 1: 6-9a

Toen Noömi hoorde, daar in Moab, dat de HEER zich het lot van zijn volk had aangetrokken en dat het weer te eten had, maakte ze zich samen met haar twee schoondochters gereed om Moab te verlaten en terug te keren. Samen met hen verliet ze de plaats waar ze gewoond had. Maar toen ze eenmaal op de terugweg waren naar Juda, zei Noömi: ‘Gaan jullie nu maar allebei terug naar het huis van je moeder. Moge de HEER zo goed voor jullie zijn als jullie voor mij en mijn gestorven zonen zijn geweest. Moge hij ervoor zorgen dat jullie allebei geborgenheid vinden in het huis van een man,’ en ze kuste hen.

 

Stilte

Wees stil in Gods aanwezigheid om de tekst tot je te laten spreken.

 

Wie behoefte heeft aan een langere stilte, kan de ingesproken versie even pauzeren.

 

Gedachten bij de schriftlezing

Als ik dit bijbelgedeelte lees, dan merk ik dat ik bewondering krijg voor Noömi. Ik heb bewondering voor hoe zij niet alleen vanuit zichzelf, maar ook vanuit de ander probeert te kijken, voor hoe zij zoekt naar wat haar schoondochters nodig hebben.

Het is vaak helemaal niet zo makkelijk om te zien wat een ander nodig heeft. Je kunt al nooit echt in het hoofd of het hart van de ander kijken en daarnaast speelt ook mee dat je blik altijd gekleurd wordt door wat jij zelf nodig hebt. Je eigenbelang speelt altijd mee. Dat kun je niet zomaar helemaal uitschakelen.

Misschien is dat ook wel waarom Noömi in eerste instantie samen met haar beide schoondochters op weg gaat naar Betlehem. Zij heeft hen nodig. Wie zal er anders voor haar zorgen op haar oude dag, als haar schoondochters daar in Juda niet hertrouwen en naar haar omzien? En dan hebben we het nog niet eens over de emotionele laag, over hoe haar schoondochters haar verbinden met haar overleden zoons. Dan wil je vasthouden en niet loslaten.

Maar onderweg lijkt Noömi zich te realiseren dat de rollen nu worden omgedraaid. Zij komt thuis in Betlehem, maar haar schoondochters zullen daar als vreemdelingen leven, zoals zij zelf al die jaren een vreemdeling is geweest in Moab. Mag ze hen dat aandoen? Ze vindt van niet.

Of ze daarmee inderdaad de goede keuze voor hen maakt, is nog te bezien. Maar bijzonder is het wel hoe zij hen de vrijheid geeft om terug te gaan en hoe ze hen daarbij zelfs nog een zegen meegeeft.

Zoeken naar wat een ander nodig heeft, is altijd een balans vinden tussen vasthouden en loslaten, tussen sturen en vrijheid geven. En uiteindelijk is het een proces van toevertrouwen: de ander én jezelf toevertrouwen aan de goede zorg van God.

 

Gebed

Gij, die wonen wilt onder mensen

en ons vergezelt op al onze wegen,

verhoor ons bidden

en vervul ons van geestkracht

om de weg van uw Zoon te gaan,

gehoorzaam aan uw Woord

en al doende gerechtigheid.

Voer ons zo binnen in uw land

aan de hand van Hem

die onze gids is,

in deze veertig dagen en heel ons leven.

Amen.

                              (gebed uit het Dienstboek)

 

Om te doen

Schrijf vandaag eens een mooie zegenwens op een kaartje en stuur dat naar iemand voor wie jij er wilt zijn, of laat het achter op een openbare plek, waar het door anderen gevonden kan worden.

 

Woorden om de dag mee in te gaan

God zal je hoeden, Christus je voeden,

Geest van hierboven geeft zin en zicht.

God schenkt je warmte, geneest en omarmt je,

vriend in het duister en gids naar het licht.

 

(lied 426)