WEEK 6 – ik ben er voor jou

 

DAG 33 – vrijdag 26 maart 2021

 

 

Licht in het donker

Steek een kaars aan als teken van Gods aanwezigheid

 

Muziek

Als alles duister is,

ontsteek dan een lichtend vuur

dat nooit meer dooft,

vuur dat nooit meer dooft.

 

(Een meditatief lied uit Taizé)

 

 

Klik HIER om de gesproken versie van dit bezinningsmoment te starten.

 

Openingswoorden

Gezegend zijt Gij, God,

koning der wereld,

die de morgen ontbood

en het licht hebt geroepen,

zegen ook mij

met uw licht!

 

Schriftlezing: Ruth 1: 19b-22

Hun aankomst in Betlehem baarde veel opzien. Overal in de stad riepen de vrouwen: ‘Dat is toch Noömi?’ Maar ze zei tegen hen: ‘Noem me niet Noömi, noem me Mara, want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt. Toen ik hier wegging had ik alles, maar de HEER heeft mij met lege handen laten terugkomen. Waarom mij nog Noömi noemen, nu de HEER zich tegen mij heeft gekeerd, nu de Ontzagwekkende me kwaad heeft gedaan?’ Zo kwamen ze samen terug uit Moab, Noömi en haar schoondochter Ruth, de Moabitische. Ze kwamen in Betlehem aan bij het begin van de gersteoogst.

 

Stilte

Wees stil in Gods aanwezigheid om de tekst tot je te laten spreken.

 

Wie behoefte heeft aan een langere stilte, kan de ingesproken versie even pauzeren.

 

Gedachten bij de schriftlezing

Ik betrap mezelf op de gedachte dat we, na de lezing van gisteren, het boek Ruth misschien beter hadden kunnen dichtslaan. Gisteren zo’n prachtig stukje over de toewijding van ene mens aan de ander en dan eindigen we vandaag toch nog in mineur, met een tekst waarin ook nog eens gedachten voorkomen, waarmee we misschien moeilijk uit de voeten kunnen, of die op z’n minst vragen oproepen.

Maar wat hadden we dan verwacht? Dat de terugkeer van Noömi in Betlehem een feestelijk gebeuren zou zijn? En dat nu alles goed is, omdat ze Ruth aan haar zijde heeft? Dan zou dit een soort sprookje zijn. Maar dat is het niet. Dit verhaal is uit het leven gegrepen en in dit leven lossen pijn, verdriet en gemis niet zomaar als sneeuw voor de zon op. Het gaat met je mee en op momenten word je er ineens weer in alle hevigheid mee geconfronteerd. Zoals dat Noömi gebeurt bij haar terugkeer in Betlehem: terug zijn op die vertrouwde plek confronteert haar met wat ze had toen ze daar wegging en wat ze na die tijd is kwijtgeraakt.

Noömi koppelt dit een-op-een aan God: ‘De Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt. [. . .] De Heer heeft zich tegen mij gekeerd.’ Ik vind dat een lastige gedachte. Heeft God dit dan gewild? Heeft God het toegelaten? Maar het is wel een gedachte die je in de Bijbel (denk maar aan de Psalmen) en ook in mensenlevens nu, vaker tegenkomt: het gevoel dat het geluk je niet wordt gegund, of een gevoel van godverlatenheid.

Dan komt het erop aan wat Ruth tegen haar schoonmoeder heeft gezegd: ‘Jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God.’ Dan komt het erop aan dat er mensen zijn die ons geloof leven, wanneer we dat zelf niet kunnen. Mensen die ons door hun ‘zijn’, door hun ‘nabij-zijn’, blijven verbinden met de God van ons leven.

 

Gebed

Gij, die gebroken harten geneest,

verhoor onze gebeden

en schenk hoop

aan alle mensen op aarde.

Leer ons bidden

en het kwaad overwinnen

door de kracht van de liefde,

zoals die verschenen is

in Jezus Messias,

wiens Woord ons tot behoud is,

vandaag en tot het einde van onze dagen.

Amen.

                              (gebed uit het Dienstboek)

 

Om te doen

Steek later vandaag nog eens een kaars aan en bid voor wie op dit moment zelf niet bidden kan.

 

Woorden om de dag mee in te gaan

De Heer schenke ons zijn zegen,

Hij beware ons voor onheil

en geleide ons tot eeuwig leven.

Amen.