WEEK 7 – ben jij er voor MIJ?

 

DAG 35 – maandag 29 maart 2021

We staan aan het begin van de Stille Week. De laatste week van de Veertigdagentijd en van deze bezinningsmomenten. Het feest van Pasen is in zicht, maar Jezus heeft nog een weg te gaan door het duister, voordat het Licht kan doorbreken. Deze week keren we ons naar binnen om ons af te vragen in hoeverre wij Jezus kunnen volgen en nabij kunnen blijven op die weg. Het thema wordt nu een vraag van Jezus aan ons: ben jij er voor MIJ?

 

 

Licht in het donker

Steek een kaars aan als teken van Gods aanwezigheid

 

Muziek

Were you there when they cruficied my Lord?

 

(uitgevoerd door King’s College Choir)

 

 

Klik HIER om de gesproken versie van dit bezinningsmoment te starten.

 

Openingswoorden

Gezegend zijt Gij, God,

koning der wereld,

die de morgen ontbood

en het licht hebt geroepen,

zegen ook mij

met uw licht!

 

Schriftlezing: Matteüs 26: 30-32

Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.

Onderweg zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.” Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’

 

Stilte

Wees stil in Gods aanwezigheid om de tekst tot je te laten spreken.

 

Wie behoefte heeft aan een langere stilte, kan de ingesproken versie even pauzeren.

 

Gedachten bij de schriftlezing

Zouden de leerlingen begrijpen wat Jezus hier tegen hen zegt? Ze hebben nu een paar jaar in zijn nabijheid mogen verkeren, ze waren getuige van de wondertekenen die hij deed, ze hebben hem aangehoord als hij onderricht gaf en ze hebben hem ook al meer dan eens horen vertellen over het lijden dat hem te wachten staat. Maar wat Jezus nu zegt, gaat ook over hen: ‘Jullie zullen mij allemaal afvallen’. En hij onderbouwt dit met een citaat uit de profetische geschriften.

Het lijkt al bij voorbaat vast te staan dat het zo zal gaan. Dat ze Jezus zullen afvallen, lijkt niet meer te voorkomen. Zo moet het gebeuren. Het klinkt bijna fatalistisch. Ik merk dat dat bij mij al weerstand oproept, laat staan hoe dat voor de leerlingen moet zijn geweest. Het roept vragen op over onze eigen verantwoordelijkheid. We worden toch steeds aangespoord om die verantwoordelijkheid te nemen? Maar wat heeft dat voor zin als we al van tevoren weten dat we tekort zullen schieten?

Of beschrijft Jezus hier niet zozeer wat er onder deze omstandigheden met zijn leerlingen zal gebeuren, maar algemener hoe de verhoudingen liggen tussen God en mensen? Kan het zijn dat dit verhaal vooral duidelijk wil maken, dat wij God nu eenmaal nodig hebben? Dat ons tekortschieten geen eindpunt is, maar dat God er is om met ons verder te gaan, waar wij op een doodlopend spoor beland leken te zijn.

‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen,’ zegt Jezus. ‘Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’ Het is onze roeping om Jezus niet af te vallen, maar waar wij tekortschieten, houdt het niet op; daar verschijnt Jezus opnieuw aan ons om ons voor te gaan. Jezus valt ons niet af. Nooit.

 

Gebed

O God, laat de loop der wereld

zich voltrekken naar uw heilsplan,

dat er vrede komt op aarde

en de mensen elkaar recht doen,

en dat wij ons allen samen

in vrijheid en vreugde

kunnen toewijden aan uw dienst.

Amen.

                              (gebed uit het Dienstboek)

 

Om te doen

Probeer vandaag eens met mildheid te kijken naar je eigen handelen en dat van anderen.

 

Woorden om de dag mee in te gaan

Ga met God en Hij zal met je zijn:

bij gevaar, in bange tijden,

over jou zijn vleugels spreiden.

Ga met God en Hij zal met je zijn.

 

(Lied 416: 2)