WEEK 7 – ben jij er voor MIJ?

 

DAG 40 – zaterdag 3 april 2021 – Stille Zaterdag

 

Op zaterdag is er geen gesproken versie van het bezinningsmoment. U hebt gelegenheid om zelf de hele Bijbeltekst van de afgelopen week nog eens te lezen en erop te reflecteren aan de hand van het thema van deze week: ben jij er voor MIJ? Na de schriftlezing vindt u een bijpassend gedicht en nog een korte tekst bij het thema van deze week.

Voor gezinnen met kinderen is er vandaag een apart ‘gezinsmoment’ beschikbaar.

 

Schriftlezing: Matteüs 26: 30-35, 57-58, 69-75


Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.

Onderweg zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.” Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’ Petrus zei daarop tegen hem: ‘Misschien zal iedereen u afvallen, ik nooit!’ Jezus antwoordde hem: ‘Ik verzeker je: deze nacht zul je, nog voor de haan gekraaid heeft, mij driemaal verloochenen.’ Petrus zei: ‘Al zou ik met u moeten sterven, verloochenen zal ik u nooit.’ Alle andere leerlingen vielen hem daarin bij.

 

Zij die Jezus gevangengenomen hadden, leidden hem voor aan Kajafas, de hogepriester bij wie de schriftgeleerden en de oudsten bijeengekomen waren. Petrus volgde hem op een afstand tot op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester; daar ging hij tussen de knechten zitten om te zien hoe het zou aflopen. 

 

Petrus zat buiten, op de binnenplaats. Er kwam een dienstmeisje naar hem toe, dat zei: ‘Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’ Maar hij ontkende dat met klem, zodat allen het konden horen: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ Toen hij wilde weggaan naar het poortgebouw, zag een ander meisje hem. Ze zei tegen de omstanders: ‘Die man hoorde bij Jezus van Nazaret!’ En opnieuw ontkende hij en zwoer: ‘Echt, ik ken de man niet!’ Even later kwamen de omstanders naar Petrus toe, ze zeiden: ‘Jij bent wel degelijk een van hen, trouwens, je accent verraadt je.’ Daarop begon hij te vloeken en hij bezwoer hun: ‘Ik ken die man niet!’ En meteen kraaide er een haan. Toen herinnerde Petrus zich wat Jezus gezegd had: ‘Voordat er een haan gekraaid heeft, zul je mij driemaal verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bitter.

 

 

Gedichten:

 

Petrus

 

De herinneringen blijven fel.

Ik, die in mijn jongensdromen

desnoods tot aan de poorten van de hel

had willen gaan, ik was niet in te tomen.

 

Voor deze mens wilde ik sterven,

tot aan het einde bij Hem zijn,

maar angst deed deze droom bederven:

een felle doodsangst kreeg mij klein.

 

In een waas zag ik mensen en vuren.

Ik ontvluchtte de drukte, zocht eenzaamheid,

bleef maar rennen door de nachtelijke uren

vol woede en angst, daarna zelfverwijt.

 

 

De zon ging onder in een bloedig rood.

Wie ik had willen zijn is dood.

 

Dylan Terwier

 

 

 

Statie 6  - Christus krijgt hulp van Simon van Cyrene

 

Er is er een die steunt,

die daadwerkelijk Jezus in zijn lijden ondersteuning geeft.

Simon van Cyrene loopt achter Jezus aan

en draagt mede zijn kruis.

Hij neemt het niet over, hij neemt het niet af,

hij lost niets op, maar hij blijft Jezus nabij.

Er wordt gezegd dat hij gedwongen werd.

Maar nu, nu hij het kruis tracht te verlichten, loopt hij rechtop.

De mogelijkheid van een mens, niet groots en meeslepend,

maar beter dan aan de kant staan

en met open mond en oe’s en aa’s toekijken.

Ook al had hij een duwtje nodig, Simon Cyrene bloeit op.

 

Kruiswegstaties Aad de Haas – Sint-Cunibertuskerk Wahlwiller (Zuid Limburg)

Tekst Andries Govaart. 1998.